OBM Twente B.V.
Sportlaan Driene 27552 HA HENGELO


De randapparatuur t.b.v. verspanen met CNC-bewerkingsmachine herkennen.
De hoofdonderdelen van een CNC-bewerkingsmachine aanwijzen.
Absolute en incrementele programmering, ijlgang, voeding, aan/uit en einde programma, a.d.h.v. gestructureerde opdrachten en voorbeelden herkennen.
CNC-programma's naar de machine zenden.
CNC-programma's van de machine naar de computer zenden.
De werkvolgorde, de opspanmethode, de gereedschapskeuze, het CNC-programma en de verspaningscondities uitwerken.
Eenvoudige bewegingen aan de computer programmeren m.b.v. de codes voor ijlgang, lineaire interpolatie, circulaire interpolatie, werkstuk-nulpuntsverschuiving, programmastop, grafische weergave, absolute- en incrementele maataanduiding en einde programma.
Eenvoudige bewegingen aan de computer simuleren.
Opdrachten in de simulatiesoftware bewaren, verwijderen en corrigeren.
De volgende CNC-adressen toepassen: N, G, X, Y, Z, F, S, M en T.
In hoofdlijnen de technologische ontwikkelingen van conventionele naar CNC-bewerkingsmachines beschrijven.
De hoofdonderdelen van een CNC-bewerkingsmachine noemen.
De aanduidingen NC, CNC en DNC verklaren.
De betekenis van de codes G, M, X, Y en Z beschrijven.
Hoofd- en submenu's van de simulatiesoftware kenschetsen.
Vaktaal gebruiken bij het CNC-verspanen.
De assen benoemen en de bewegingsnomenclatuur van CNC- bewerkingsmachines uiteenzetten.
Positieve en negatieve coördinaten in een twee-assig coördinatenstelsel berekenen en tekenen.
De opbouw van een programmaregel, regelnummering, gereedschapscode, voeding, toerental en snijsnelheid uiteenzetten met gebruikmaking van decodes: N, T, F en S.
De begrippen referentie- en nulpunten uiteenzetten.
Het doel, het principe en de toepassing van informatie-dragers beschrijven:
Een werkplan, een opspanschets, de gereedschapskeuze en de verspaningscondities uiteenzetten.
Het doel van start- en eindpunt bij bewerkingen beschrijven.
Specifieke kenmerken van CNC- toepassingen, zoals: tekening, uitgangsmateriaal, verspaningstechnologie, gereedschappen en spanmiddelen beschrijven.
Werken met programmeergegevens, werkstuktekening, werkplan, gereedschap-overzichten, verspaningstabellen, programmeer- en bedieningshandelingen, opspanschetsen en programmabladen.
De in de CNC-vaktaal voorkomende anderstalige termen begrijpen.